Mijn werk ontstaat niet vanuit de vraag wat te schilderen, maar van uit de vraag hoe te schilderen. Het zijn overblijfselen van fysieke handelingen waarin ik werk met touwen. In elk doek blijven de sporen van mijn acties zichtbaar, als visuele partituren of seismografische registraties. Het werk toont niet alleen het gebaar, maar maakt deel uit van een groter geheel, een stilgezette actie.
Het zijn nabeelden van iets dat geweest is. Zoals de sporen op een dansvloer.














